Menu
Persoonlijk

“Pesten is niet traumatiserend”

Je kunt je voorstellen dat toen ik deze kreet voor het eerst hoorde, ik stijl achterover sloeg. “Pesten is niet traumatiserend”. Bij het horen van deze kreet sloeg mijn innerlijke kind op hol en ik merkte dat hier een hoop boosheid uit voortkwam. Waarom? Ik kreeg hiermee geen erkenning voor de heftige gevolgen van mijn eigen pestverleden en heel veel anderen met mij kregen dat nu ook niet. In deze blog neem ik je mee in de gedachte waarom ik pesten wel degelijk traumatiserend vind en niet maar een beetje. Dit doe ik aan de hand van mijn eigen verleden.

Het Nederlands Jeugd Instituut (z.d.) omschrijft de volgende definitie van pesten: 

“Pesten is een vorm van agressie waarbij geprobeerd wordt om iemand steeds pijn te doen. Dat kan zowel offline als online. Bij pesten zijn verschillende mensen betrokken: de pester, de gepeste en de omstanders. De pester heeft vaak een sterkere sociale positie dan degene die gepest wordt. Pesten veroorzaakt stress, angst, eenzaamheid en gebrek aan zelfvertrouwen. Pesten stopt niet vanzelf. Het is belangrijk om in te grijpen. Pesten kan stoppen als omstanders het afkeuren en de gepeste helpen”.

Kort samengevat: een vorm van agressie die stress, angst, eenzaamheid en een gebrek aan zelfvertrouwen veroorzaakt.

Trauma betekent wond. Als iets traumatiserend is, dan is het dus verwondend. Het laat schade achter. Die schade noemen we onder bepaalde omstandigheden PTSS: Posttraumatische Stressstoornis. Er zijn een aantal criteria om te voldoen aan de diagnose voor PTSS. Ik beschrijf hieronder hoe ik erover denk in relatie tot pesten.

A. Blootstelling aan trauma

Het gaat om blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld. Deze kunnen bij jezelf voorkomen, je kan het zien bij een ander, of horen dat het bij een dierbare van jou is gebeurd. Ook kan het gaan om langdurige blootstelling aan beelden, zoals bij zedenpolitie die bewijsmateriaal moet terugkijken (APA, 2016). 

“Ik kan me nog herinneren van mijn eigen pestverleden, dat ik het pesten aanvoelde alsof ik ieder moment kon worden vermoord. Het was alsof ik chronisch in onveiligheid was. Dat ik geen bestaansrecht had en ongewenst was. Dit zou je kunnen zien als ‘dreigende dood’, zoals volgens de DSM criteria, alleen doordat niemand met een mes naar mij heeft gezwaaid, zou het dan niet voldoen aan dit criterium. Echter ben ik wel degelijk in elkaar geslagen en docenten op school deden niets”

B. Intrusieve symptomen

De gebeurtenissen moeten hebben geleid tot intrusieve symptomen: terugkerende, intrusieve pijnlijke herinneringen aan de gebeurtenis waar je geen controle over hebt; nachtmerries of andere onaangename dromen die samenhangen met de gebeurtenis; flashbacks, en herbelevingen; intense of langdurige psychische lijdensdruk bij blootstelling aan prikkels die op de situatie lijken of eraan doen denken; duidelijke fysiologische reacties op prikkels die op de situatie lijken of eraan doen denken (APA, 2016).

“Als kind was ik niet alleen aan het piekeren over hoe ik verder moest in mijn uppie met al dat pesten. Ik was aan het proberen te voorspellen wat er ging gebeuren, zodat ik me kon voorbereiden op de ellende die weer zou komen. Ook had ik levendige beelden in mijn hoofd over wat er was gebeurd, maar ook over de dingen die mogelijk konden gebeuren. Ik had last van extreme insomnia (slapeloosheid) en als ik dan wel kon slapen, werd ik in mijn dromen aangevallen of vermoord.

Als iemand iets zei of deed, waardoor ik moest denken aan de dreiging die ik ervoer op school, dan ontplofte ik in woede of ik sloeg volledig dicht. Continu liep ik rond met hartkloppingen en benauwdheid, ik had hoofdpijn en buikpijn en wilde koste wat het kost niet naar school. Ook staarde ik veel uit het raam op school, verdween dan van de aardbodem ergens in een fantasiewereld. De lesstof kwam niet binnen. Er was gewoon geen ruimte voor leren in mijn overbelaste brein”.

Pesten kan leiden tot gevoelens van eenzaamheid, angst en schuld. Het effect van pesten is erg groot. Afbeelding gemaakt door Myriam Geskus met NightCafé ©

 C. Vermijding

Aanhoudende vermijding van prikkels die geassocieerd worden met de gebeurtenis. Dit door het vermijden van pijnlijke herinneringen of gedachten over de gebeurtenis. Vermijden van mensen, plaatsen, gesprekken, etc die eraan doen denken.

“Dit was misschien wel het meest aanwezig door het pesten. Jezelf dissociëren van de realiteit door in een soort absence te raken en in je hoofd ergens op een andere planeet te belanden. Het vooral niet naar school gaan en er alles aan doen om dat geoorloofd voor elkaar te krijgen. Denk aan jezelf ziek praten, zodat je moeder je thuis houdt. Alles om de school te vermijden en vooral de monsters die daar rondliepen. Ook ging ik zoveel mogelijk conflicten vermijden. Als ik maar zo lief mogelijk was, dan deden mensen ook lief tegen mij. Dat was wat ik dacht, maar natuurlijk niet wat er gebeurde. Ook was er angst om de deur uit te gaan naar bijvoorbeeld het winkelcentrum, omdat ik bang was dat ik die monsters daar ook zou treffen”. 

D. Negatieve veranderingen in cognities en stemming

Deze veranderingen moeten zijn begonnen tijdens of na de traumatische gebeurtenissen en gaan dan over het volgende: concentratieproblemen; problemen met geheugen, zoals het herinneren van belangrijke delen van de gebeurtenis; aanhoudende negatieve overtuigingen of verwachtingen over zichzelf, de anderen of de wereld; vertekend beeld over de situatie waardoor je jezelf of anderen de schuld geeft van het trauma; aanhoudende negatieve gemoedstoestand (angst, afschuw, boosheid, schuldgevoelens, schaamte); verminderde belangstelling voor of deelname aan belangrijke activiteiten; gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen; aanhoudend onvermogen om positieve emoties te ervaren (geluk, voldoening of liefdevolle gevoelens) (APA, 2016).

Deze symptomen komen voor een deel terug in de definitie van pesten van het Nederlands Jeugd Instituut. “Ook zijn dit voor mij sterk aanwezige dingen geweest ten tijde van het pesten, maar ook nog daarna. Ik kon mij veel niet herinneren over het pesten, maar ik kon ook moeilijk nieuwe informatie onthouden. Dit zorgde ervoor dat mijn schoolprestaties achterbleven op mijn eigenlijke kunnen en ik hierom groep 8 heb moeten doubleren.

Ik had de overtuiging dat ik slecht was en dat ik me moest aanpassen, anders zouden anderen me toch niet zo behandelen? Hierdoor werd ik als kind een ontzettende pleaser en vervaagde mijn grenzen steeds verder. Ook zag ik mijn leeftijdsgenoten als slecht en docenten als hun handlangers, omdat ze niet ingrepen. Zelfs nadat ik met mijn ouders op school was geweest en een heel MSN-gesprek uitgeprint meenam naar de directie, werd er niets gedaan. “Uw kind wordt niet gepest”.

Het feit dat ik mezelf de schuld gaf was enigszins een vertekend beeld. Het is niet alsof ik gevraagd heb om mishandeld te worden. Dat was gewoon een stomme keuze van stomme mensen die niet met hun eigen shit konden dealen. Toch als je lang genoeg hoort dat je niet goed genoeg bent, ga je die gedachte vanzelf overnemen. Ik leefde in continue angst en boosheid, voelde me chronisch de buitenstaander en kreeg steeds meer moeite om te genieten van dingen. Pesten is knetter invaliderend en traumatiserend dus”.

E. Veranderingen in arousal en reactiviteit

APA (2016) schrijft in het DSM-5 de volgende symptomen: prikkelbaar gedrag en woede uitbarstingen; roekeloos of zelfdestructief gedrag; hypervigilantie; overdreven schrikreacties; concentratieproblemen en verstoring van de slaap (moeite met in- of doorslapen of onrustige slaap).

Eigenlijk is dit een opsomming van symptomen die ik hiervoor al genoemd heb. En dat brengt mij ook tot de conclusie: PESTEN IS WEL DEGELIJK TRAUMATISEREND. Zo, dat lucht op. Ik denk dat als je als behandelaar zegt dat pesten niet traumatiserend is, dat hij/zij zelf niets heeft meegemaakt in het leven of een waardeloos inlevingsvermogen heeft. Het niet opnemen van pesten in de criteria voor PTSS in het DSM-5 vind ik dan ook schandalig. Als het pesten lang genoeg aanhoudt is het zeker traumatiserend. Ik denk dat we mensen die gepest worden of gepest zijn tekort doen als we niet erkennen dat dit traumatiserend is. Het gebrek aan erkenning en het alleen moeten dragen van dit leed, maakt het effect ook alleen maar extra traumatiserend. Vroeg ingrijpen is dan ook belangrijk.

Wordt er veel gepest bij jullie op school? Bestaat er onhandigheid in het aanpakken van pesten? Zorg dan voor een coachingsprogramma of een goed protocol. Denk bijvoorbeeld aan Over De Streep dat heel populair was in 2011 door het tv programma

American Psychiatric Association (2016). Beknopt overzicht van de criteria (DSM-5). Nederlandse vertaling van de Desk Reference to the Diagnostic Criteria from DSM-5 ®. (PP. 246-250). Amsterdam: Boom. 

No Comments

    Leave a Reply