Voor het behandelen van persoonlijkheidsproblematiek en voor het behandelen van trauma bestaan er talloze behandelvormen. Schematherapie is een van die behandelvormen die goed werkzaam zijn in de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek, maar ook trauma, depressie, angstklachten en meer. In deze blog gaan we in op wat schematherapie precies is.
Oorsprong
Jeffrey Young heeft Schematherapie ontwikkeld. Het is een afgeleide van de “gewone” cognitieve gedragstherapie (CGT). In eerste instantie was het bedoeld voor cliënten waarbij de gewone CGT geen of onvoldoende effect had. Er was vaak sprake van een of meerdere persoonlijkheidsstoornissen bij deze cliënten.
Focus
Wat er anders is aan Schematherapie ten opzichte van de gewone CGT is dat er een meer intensieve focus bestaat op de volgende 3 punten:
- Problematische emoties: die houden bij persoonlijkheidsproblematiek namelijk vaak de problematische gedragspatronen in stand;
- Biografische aspecten: het leren begrijpen dat de huidige gedragspatronen een logisch gevolg zijn van ervaringen uit de jeugd in disfunctionele omstandigheden;
- Therapeutische relatie: de behandelaar neemt hier de rol aan van ouder (limited reparenting), waarbij de cliënt positieve ervaring kan opdoen in het uiten van pijnlijke emoties en zich open leer te stellen. Ook kan nieuw sociaal gedrag hier worden uitgeprobeerd en interpersoonlijke patronen kunnen worden veranderd.
Uitgangspunten
Schematherapie bestaat uit drie belangrijke uitgangspunten, namelijk de schema’s, de modi en de behoeften.
Schema’s
In de schematherapie zijn schema’s de alomvertegenwoordigde patronen, die zowel cognities, emoties, herinneringen, waarnemingen, als ook gedragingen en interpersoonlijke verhoudingen beïnvloeden (Arntz & Jacob, 2024). Deze schema’s zijn ontstaan in de jeugd. De levenssituatie, overlevingsmechanismen en interpersoonlijke patronen worden in de jeugd gevormd. Deze kunnen dan heel nuttig zijn, maar op latere leeftijd disfunctioneel worden. Als zo een schema van vroeger geactiveerd wordt, gaat dat meestal hand in hand met heftige emoties (angst, verdriet, in de steek gelaten voelen).
Iedereen heeft een of meerdere van deze disfunctionele schema’s. De schema’s kunnen zich alleen of samen met andere schema’s voordoen. Er is pas sprake van een psychische stoornis als deze schema’s zo sterk worden dat ze tot verstoorde emotionele ervaringen leiden, met daarbij behorende symptomen of problemen in het sociaal functioneren.
Wil jij weten welke schema’s jij hebt ontwikkeld? Doe dan de test (schemamodi vragenlijst SMI) samen met je behandelaar. Er bestaan 18 schema’s in 5 domeinen.
Behoeften
Binnen de schematherapie wordt er vanuit gegaan dat de menselijke behoeften (en de frustratie wanneer deze niet worden vervuld) de belangrijkste verklaring zijn bij het ontstaan van psychische problemen. Wanneer in de kindertijd de behoeften van het kind niet worden vervuld, ontstaan de disfunctionele schema’s. Diezelfde behoeften worden gezien als een belangrijke leidraad voor de therapie. Door de cliënt te leren aandacht te hebben voor hun behoeften, kunnen ze beter leren deze te vervullen en om te gaan met de disfunctionele schema’s. Het is echter niet mogelijk om in elke situatie ook alle behoeften te vervullen. Het gaat dus om de balans vinden tussen de eigen behoeften en de behoeften van anderen. Schema’s die voortkomen uit onvervulde behoeften in de jeugd, verhinderen dat de cliënt later in het leven zijn behoeften vervult en zo wordt het gemis in stand gehouden (Arntz & Jacob, 2024).

Modi
De modus is de manier van reageren die ontstaat als er een bepaald schema wordt geactiveerd. Dit wordt ook wel coping genoemd. Een modus bestaat uit gedachten, gevoelens en gedrag. Deze kan disfunctioneel zijn, maar ook functioneel zijn. Een modus legt de verbinding tussen de actuele problemen van de cliënt en de facetten van de therapie. De modi zijn te verdelen in de disfunctionele kind-modi, disfunctionele-coping-modi, disfunctionele-ouder modi en functionele modi.
Verbinding
Door de schema’s, behoeften en modi met elkaar te verbinden en te behandelen, ontstaat er een meer geïntegreerd beeld of zelfbeeld van de cliënt. Er wordt aangeleerd om uiting te geven aan behoeften op een gezonde manier en bewust te worden van welke schema’s er worden geactiveerd in bepaalde situaties. Deze manier van behandelen zorgt ervoor dat de therapie bij een groot aantal klachten toepasbaar is en goede resultaten behaalt. Bij mensen die geen baat hebben bij de “gewone” cognitieve gedragstherapie (CGT), zou schematherapie kunnen worden overwogen.
Lijkt deze behandelvorm jou iets? Geef dit door aan jouw huisarts of POH-ggz, zodat zij bij de doorverwijzing rekening kunnen houden met het aanbod van de behandelaar waarnaar jij wordt doorverwezen.
Heb je iets aan onze blog en wil je jouw waardering laten blijken? Dat kan door een donatie te doen via PayPal, dat waarderen we enorm!
Bronnen
Arntz, A. & Jacob, G. (2024). Schematherapie, een praktische handleiding. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.

No Comments