Menu
DSM-5 / GGZ

Narcistische Persoonlijkheidsstoornis

De narcistische persoonlijkheidsstoornis is een psychische stoornis die staat in het DSM-5, een handboek voor psychologen en psychiaters voor het diagnosticeren van psychische problematiek. Een persoonlijkheidsstoornis ontstaat niet zomaar. Meerdere aspecten spelen een rol, zoals genetische aanleg, opvoeding, belangrijke levensgebeurtenissen en interactie met andere mensen. Doordat het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis zo complex is, is het behandelen ervan ook complex. Meestal is er meer nodig dan alleen psychotherapie wanneer het gaat om het behandelen van persoonlijkheidsproblematiek.

Indicatiecriteria

De Narcistische Persoonlijkheidsstoornis wordt gesteld aan de hand van een aantal indicatiecriteria, middels gestructureerde interviews/vragenlijsten. In het DSM-5 (APA, 2014) zijn de volgende criteria te lezen:

Een pervasief patroon van grandiositeit (in fantasie of gedrag), behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:
1.
Heeft een opgeblazen gevoel van eigen belangrijkheid (overdrijft bijvoorbeeld de eigen prestaties en talenten, verwacht te worden erkend als superieur, zonder de bijbehorende prestaties).
2. is gepreoccupeerd met fantasieën over grenzeloos succes, grenzeloze macht, genialiteit, schoonheid of ideale liefde.
3. Gelooft dat hij/zij bijzonder en uniek is en alleen kan worden begrepen door of moet omgaan met andere bijzondere mensen of met mensen (of instellingen) met een hoge status.
4. Heeft een excessieve behoefte aan bewondering.
5. Heeft het gevoel bijzondere rechten te hebben (onredelijke verwachtingen over een speciale voorkeursbehandeling, of dat er automatisch wordt voldaan aan zijn of haar verwachtingen).
6. Exploiteert anderen (maakt misbruik van anderen om zijn of haar eigen doelen te verwezenlijken).
7. Heeft een gebrek aan empathie: Is niet bereid de gevoelens en behoeften van anderen te erkennen of zich ermee te identificeren.
8. Is vaak afgunstig op anderen of gelooft dat anderen afgunstig zijn op hem of haar.
9. Toont zich arrogant of hooghartig in houding of gedrag.

De narcistische persoon heeft vaak een opgeblazen gevoel van belangrijkheid. Afbeelding door Myriam Geskus, gemaakt met NightCafé©

Ontstaansfactoren en risico’s

Voor zover bekend, heeft het ontstaan van deze persoonlijkheidsstoornis te maken met de opvoedingsstijl van de ouders tijdens de jongere jaren en ook met de daaruit ontstane hechtingsstijl. Eveneens lijkt een disruptieve stoornis in de adolescentie ook een voorspeller te zijn voor het ontstaan van een narcistische persoonlijkheidsstoornis op latere leeftijd. Als een narcistische persoonlijkheidsstoornis zich echter ontwikkelt op jongere leeftijd, voorspelt dit weer geweld en crimineel gedrag op volwassen leeftijd (Goudena & Van Aken, 2017).

Psychosomatisch perspectief

De encyclopedie van psychosomatiek (Beerlandt, 2015) beschrijft meerdere psychische factoren die bijdragen aan het ontstaan en in stand houden van een narcistische persoonlijkheidsstoornis:

Mensen met deze stoornis staan erom bekend flink wat wrok te koesteren en blijven lang (of eigenlijk altijd) boos op iemand, ook nadat contact verbroken is.

Er wordt vastgehouden aan angsten en woede vanuit het verleden die vervolgens worden geprojecteerd op de directe omgeving. Dit zorgt ervoor dat de persoon meer bezig is met het projecteren in plaats van het oplossen van het interne probleem en voluit gaan leven, zoals het leven bedoeld is. Men geeft zichzelf niet de kans om in liefde te leven.

Men legt zichzelf zware wetten, regels en plichten op. Er wordt een beeld geschetst van de perfecte persoon, waar niet aan kan worden voldaan. Krampachtig eist men van zichzelf de schijn hoog te houden en wringt zich in moeilijke bochten om dit voor elkaar te krijgen. Het leidt tot beperking van de bewegingsvrijheid. Klemgezet door de eigen waanideeën. Zoekend naar goedkeuring van buitenaf, die van binnenuit gegeven zou moeten worden.

Men zoekt wanhopig naar vriendschapsrelaties en partnerrelaties, maar wanneer deze aanwezig zijn, ontstaat er kil en afstandelijk gedrag, dat voorkomt dat gevoelens van liefde en compassie kunnen stromen. Er is angst voor afwijzing, angst niet goed genoeg te zijn en men laat zich weer verleiden om toneel te spelen. Weer voldoen aan de eisen van het zelfopgelegde personage dat moet worden gespeeld. Niet wetende hiermee de zo gewenste sociale contacten weg te jagen. Men blijft in cirkels ronddraaien. De sociale omgeving gaat twijfelen aan de echtheid, de puurheid. Wanneer dit wordt opgemerkt wordt het superioriteitstoneel gespeeld. Met een ander masker proberen om weer te voldoen aan de zelfopgelegde wet- en regelgeving.

Volgens de encyclopedie van de psychosomatiek is het herstel van een narcistische persoonlijkheidsstoornis mogelijk, wanneer iemand de kracht in zichzelf gaat erkennen en volgens zijn innerlijke wensen en verlangens in liefde gaat leven, zoals deze écht bij de persoon horen, zonder bemoeienis van buitenaf. Geen wrok, geen schijn, geen toneelspel.

Mogelijke chakra-benadering

Narcisme kan leiden tot het uit balans raken van de chakrasystemen, maar het uit balans zijn van de chakrasystemen kan ook zorgen voor het ontwikkelen of in stand houden van narcisme. Iedere chakra staat in verbinding met bepaalde organen, maar ook met bepaalde psychische aandoeningen. Hieronder worden ze uitgelegd met hun mogelijke link met narcisme.

De Muladhara chakra staat voor je fysieke bestaan, gevoelens van veiligheid, gevoel van financiële zekerheid. Het is gericht op zelfbehoud. Wanneer deze uit balans is kunnen er gevoelens van angst en onveiligheid ontstaan. Men kan een slachtofferrol aannemen, angst hebben voor verlating, angst voor gebrek of tekorten hebben (DSM-5, punt 2), verslavingen ontwikkelen, passief of lui worden (DSM-5, punt 1) (Bouman, 2013). Onbalans in dit chakra lijkt met punt 3 en 4 van het psychosomatische perspectief overeen te komen.

De Svadhistana chakra staat in verbinding met de emoties, die van jezelf en van anderen. Ook gaat het over creativiteit en oprechtheid, seksualiteit, aantrekken en afstoten, schuldgevoel en verbinding. Bij onbalans kan er rigide gedrag ontstaan, angst voor seks, matige sociale vaardigheden, angst om te veranderen, grenzen van zichzelf en anderen niet aanvoelen of respecteren, geen hartstocht of passie ervaren (Bouman, 2013). Er lijkt overlap te bestaan met deze chakra en punt 2 van het psychosomatische perspectief en met punt 6, 7, 8 en 9 van de DSM-5 indicatiecriteria.

De Manipura chakra beïnvloedt autonomie, wilskracht, gevoel van eigenwaarde, macht, energie, zelfbepaling, schaamte, geldingsdrang en keuzes maken. Bij onbalans kunnen er problemen ontstaan. Een overactief Manipura kan een sterke wil geven, manipulatiegedrag opwekken. Iemand kan agressief worden, dominant of overheersend zijn, gelijk willen hebben, manipulatief zijn, woede-uitbarstingen hebben, koppig en arrogant zijn (Bouman, 2013). overactiviteit van deze chakra lijkt in grootste lijn overeen te komen met het gehele psychosomatische perspectief en met de punten 1, 2, 6, 7, 8 & 9 van de DSM-5 indicatiecriteria.

De Anahata chakra heeft betrekking op mededogen, liefde, relaties, intimiteit, empathie, zelfliefde, altruïsme, vreedzaamheid, het afweersysteem en toewijding. Bij onbalans in dit chakra vertoont iemand asociaal gedrag, wordt kil, kritisch en veroordelend , wordt eenzaam en zondert zich af, wordt depressief , krijgt angst voor intimiteit en verbinding en gaat narcistische trekken vertonen. Men is aanhankelijk en jaloers (Bouman, 2013). De hartchakra lijkt dan ook de meest belangrijke chakra te zijn in het ontstaan of in stand houden van narcisme.

De Vishuddha chakra is gericht op communicatie, expressie, verantwoordelijkheid, creatieve expressie en luisteren. Een ongebalanceerde Vishuddha kan zorgen voor: te veel praten (afweer), niet goed kunnen luisteren, roddelen, dominantie en anderen onderbreken (Bouman, 2013). Dit zijn eigenschappen die bij de narcistische persoon vaak voorkomen. Ook terug te vinden in DSM-5 criteria 1, 2, 6, 7, 8 & 9 en punten 2 en 3 van het psychosomatische perspectief.

De Ajna chakra is betrokken bij intuïtie, perceptie, voorstellingsvermogen, geheugen, dromen (en deze herinneren), visualiseren en inzicht. Bij onbalans wordt iemand ongevoelig, ziet slecht, kan moeite hebben de toekomst voor te stellen, is fantasieloos, ontkent wat hij/zij ziet, monopoliseert (Bouman 2013). Wanneer er wordt gekeken naar de narcistische persoonlijkheidsstoornis zou je kunnen stellen dat de grootheidswaan te maken kan hebben met een ongebalanceerde derde-oogchakra (punt 2, 4 en 5 van de DSM-5 criteria en punt 3 van het psychosomatisch perspectief).

De Sahasrara chakra is betrokken bij het waarnemen van informatie of analyseren, ook bij assimileren, intelligentie, opmerkzaamheid, bewustzijn, onbevooroordeeld zijn, zaken in twijfel trekken, spirituele verbondenheid en wijsheid. Wanneer het zevende chakra verstoord raakt, kan men cynisch worden, leerproblemen ontwikkelen, starre overtuigingen hebben, apathisch zijn, materialistisch worden, hebzuchtig zijn en dominantie over anderen tonen (Bouman, 2013). Dit lijkt passend bij het verlangen naar macht en status en het onvermogen tot compromissen (DSM-5 criteria, punten 1, 2 en 3).

Iemand heeft geen schuld aan zijn persoonlijkheidsstoornis. Zorg dat je niet meegaat in dit taboe en de persoon dus niet de schuld geeft van zijn aandoening. Zeker wanneer iemand zich slachtoffer voelt van iemand met deze persoonlijkheidsstoornis, gaat het gesprek snel over schuld. Wanneer iemand ziek is, is er echter geen sprake van schuld. Een naam van een ziekte of probleem is niet iets waar men schuld aan heeft, maar als iets waarvan men kan leren om het leven in voller bewustzijn te doorlopen en zichzelf kunnen helen.

Bronnen

American Psychiatric Association (2014). Narcistische persoonlijkheidsstoornis. In American Psychiatric Organisation. Beknopt overzicht van de criteria (DSM-5). Nederlandse vertaling van de Desk Reference to the Diagnostic Criteria from DSM-5®. (pp. 458) Amsterdam: Boom.

Beerlandt, C. (2015). Narcistische persoonlijkheidsstoornis. In C. Beerlandt. De Sleutel tot Zelf-Bevrijding. Levensfilosofie voor een gelukkig en gezond bestaan. Encyclopedie van de psychosomatiek. (pp. 1047-1049). Uitgeverij Petiet.

Bouman, A. (2013). Chakra’s en hun werking. Geraadpleegd op 22 januari 2022, van: https://www.amandabouman.nl/uploads/2013/04/chakra-totaal.pdf

Goudena, P. & Van Aken, M. (2014). Antisociaal/dramatisch traject (cluster B). In Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Verheul, R. & Snellen, W.M. Handboek persoonlijkheidspathologie. Voor opleiding, onderzoek en klinische praktijk. (pp. 49-50). Bohn Staffleu van Loghum.

Ben je blij met onze blog en wil je jouw waardering laten blijken? Schroom dan niet om een donatie te doen via PayPal, zodat de blog kan blijven bestaan. We waarderen dat enorm!